maandag 9 april 2012

Toepassingskaart 4 - Oudergesprekken

Toevallige gesprekken
Bij de toevallige gesprekken ging het voornamelijk over incidenten die in de klas waren gebeurd.
Wat mijn mentor bij deze toevallige gesprekken in het algemeen goed deed was op een duidelijke manier met deze ouders praten. Nederlands is in de meeste gevallen de tweede taal van deze ouders en sommige leerkrachten zouden dan op een veel lager niveau met deze mensen in gesprek gaan. Dit deed mijn mentor absoluut niet, wat ik een zeer positief punt vind.

Bij één gesprek zag je dat er moeder nogal ongerust was over een incident dat na schooltijd was gebeurd. Wat ik goed vond wat mijn mentor deed bij dit betreffende gesprek, was dat hij deze moeder gerust stelde en zei dat er werk van gemaakt zou worden. Diezelfde dag ging mijn mentor nog in gesprek met de kinderen die bij het incident betrokken waren.

Wat ik anders zou doen dan mijn mentor bij de toevallige gesprekken, gaat dan voornamelijk over dit laatste voorbeeld. Dit gesprek vond plaats op de gang en ook al is het een toevallig gesprek, ik had een rustigere plaats opgezocht om even met deze moeder in gesprek te gaan.

Geplande gesprekken
De geplande gesprekken waren de 10-minuten gesprekken.

Voorbereiding
Mijn mentor had zich op deze gesprekken voorbereid door op een blaadje per leerling de punten op te schrijven die hij met de ouders wilde bespreken. Dit ging dan voornamelijk over de scores die deze kinderen hadden gehaald bij toetsen, maar ook punten wat betreft de werkhouding van het kind en dergelijke.

Organisatie
Voor de gesprekken had mijn mentor de tafels zo gezet dat zodra de ouders binnenkwamen ze wisten waar ze moesten gaan zitten. Hij had een groepje tafels zo neergezet dat hij tegenover de ouders zat. 10-minuten gesprekken lopen altijd uit. Bij het organiseren van de 10-minuten gesprekken had mijn mentor na 3 gesprekken een pauze ertussen gezet. Als een gesprek dan uitliep, kon dat ondervangen worden in die 10 minuten.

Goede punten
- Door het lijstje wat mijn mentor voor zich had, wist hij precies wat bij moest vertellen en was hij goed voorbereid.
- Wanneer de ouders weggingen, liep mijn mentor mee naar de deur. De ouders die dan stonden te wachten, kon hij gelijk verwelkomen.

Wat zou ik anders doen?
- Ik merkte dat mijn mentor erg op de tijd lette, wat logisch is. Toch merkte ik dat er ouders waren die wel meer wilden vertellen. Jammer als het uitloopt, maar ik zou toch met deze ouders in gesprek blijven totdat zij ook verteld hebben wat ze willen vertellen.
- Ik zou tijdens het gesprek meer werk van de kinderen erbij pakken, zodat de ouders echt goed kunnen zien wat de kinderen allemaal aan het doen zijn.
- Mijn mentor begon gelijk met het vertellen van de resultaten van de kinderen. Ik zou eerst met de ouders in gesprek gaan hoe het met hun gaat, hoe het thuis gaat en daarna zou ik het pas over school hebben.

Welke vragen kwamen bij mij op?
- Hoe wil ik eigenlijk met de ouders zitten als ik later oudergesprekken moet gaan voeren? Zou ik de organisatie van de tafels op dezelfde manier doen?
- Hoe kan ik de ouders meer op hun gemak stellen?
- Er werd tijdens de gesprekken op de deur geklopt van ouders die hun gesprek wilden voeren, omdat het hun tijd was. Hoe ga ik hiermee om?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten